Discriminatie

Soms lokken gebeurtenissen mij uit om mijn mening te geven. Dat terwijl, als ik goed nadenk, ik niet eens weet of ik wel een mening heb. Ik heb wel iets. Iets wat ik beter een principe kan noemen. Alleen kun je daar op verschillende manieren invulling aan geven.

Het is een beetje hetzelfde als een visie in organisaties. Het staat mooi en oogt heel professioneel. Met een visie heb je een richting waar je met elkaar naar toe wilt en waar je werkzaamheden op laat aansluiten. Alleen denk ik dat het vooral richting geeft aan de uitleg van totaal uiteenlopende acties. Zolang je in de uitleg de organisatorische visie gebruikt  ben je ‘veilig’. En zo kan ik dus ook verschillende meningen hebben.  De uitleg waarom ik een bepaalde mening heb zal altijd naadloos aansluiten bij mijn principes. Zo consequent ben ik wel.

Vandaag wist de NOS mij uit te lokken om een mening te hebben. De kop op facebook luidt: “Uitzendbureaus: ‘liever geen Turken of Marokkanen in callcenter? Dat kan! (NOS 29 01-2018)”. Toen ik over mijn mening begon na te denken, kwam ik erachter dat ik eigenlijk niet weet wat ik nou van dat nieuwsbericht vind. Ik word uitgelokt door de NOS, omdat één van mijn principes is: ‘Iedereen is gelijk’. In eerste instantie word ik boos op de 47% van de uitzendbureaus die hier ja tegen zeggen en de 14% die het antwoord ‘in het politieke midden’ laten. Ik vind dat die bureaus aangepakt moeten worden. Daarna word ik boos op Radar (de onderzoekers), omdat ze zo’n onderzoek doen. Ik denk dat je daarmee de polarisatie tussen groepen vergroot. Aan de andere kant ben ik blij dat Radar zo’n onderzoek doet, zodat het inzichtelijk wordt hoeveel er gediscrimineerd wordt in ‘ons’ Nederland.

Maar bovenal zou ik willen dat deze onderzoeken niet nodig zijn, net zoals ik hoop dat het COC (homobelangenorganisatie) een keer overbodig wordt. Noem mij een idealist, maar ik droom net als Martin Luther King in 1963. (Ik dacht laten we meteen met een grote naam in huis vallen). Ik droom dat het niet nodig is om te laten zien hoe zielig de minderheden zijn, omdat er geen minderheden meer zijn.

Zoals Chef’Special zingt in Amigo: ‘I’m still somebody’s child. I know that you live with me under these stars, You don’t know who we are but I’m on your team You can throw me the ball’ (2017). Ik geloof oprecht dat we allemaal veel minder verschillend zijn dan we willen denken.  Als we samen spelen, eten, dansen of onszelf ontwikkelen, zouden we dan zien hoezeer we hetzelfde zijn? En zouden we elkaar dan ontmoeten en de overeenkomsten in elkaar herkennen? En als we die overeenkomsten herkennen, zijn er dan nog wel zoveel verschillen? Of zijn we eigenlijk allemaal hetzelfde, waardoor er geen minderheden of meerderheden meer zijn. Dan is de Gaypride overbodig, net als asielzoekerscentra en de term allochtonen. Dan zijn we allemaal aardbewoners. Gewoon wij allemaal samen, op deze aardkloot. Samen om er met elkaar het beste van te maken. Dat is mijn droom, die een brug vormt tussen mijn meningen en mijn principes.

Een gedachte over “Discriminatie

  1. Hoi Lia
    Weer een hele mooie column .
    Ja iedereen gelijk wat zou dan de wereld mooi zijn .
    Hopelijk komt jou droom ooit eens uit .
    Groetjes Mama .

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s